NL | EN

Geschiedenis van de NAS

In de zomer van 1999 bespreekt een groep adoptieouders hun adoptieprocedure die dan lopende is of net afgerond. Zij zien ruimte voor een andere benadering in het proces van adoptie, waarbij vooral communicatie en informatieverstrekking een belangrijke rol speelden. Na een aantal gesprekken met onder andere ook het toenmalige Ministerie van Justitie, werd op 16 mei 2000 de Nederlandse Adoptie Stichting opgericht. De minister verleende op 19 december 2001 voor het eerst vergunning aan de NAS om te mogen bemiddelen in interlandelijke adoptie

Na de oprichting ondervindt de NAS geen medewerking van de andere bemiddelingsorganisaties die niet zaten te wachten op een nieuwe adoptieorganisatie. De NAS werd langdurig niet geaccepteerd binnen het werkveld en soms zelfs tegen gewerkt. Het maakte van de NAS een strijdbare en wendbare organisatie, constant kritisch op het eigen functioneren en strevend naar verbetering. Zo zijn een aantal belangrijke beleidsuitgangspunten van de NAS afkomstig uit deze periode. Eén daarvan is om geen financiële projecten te steunen in de landen van herkomst. De NAS is van mening dat een adoptieorganisatie nooit in de situatie mag komen waarin de suggestie kan zijn dat een kind of kinderen ter adoptie via onze organisatie worden geplaatst in ruil voor financiële gunsten. Adoptie en projecthulp gaan in onze visie niet samen binnen dezelfde organisatie. 

Een tweede punt is de wens om als organisatie niet financieel afhankelijk te zijn van de adopties en dus te zorgen voor risico spreiding. De NAS is als gevolg hiervan constant bezig met contactontwikkeling, waarbij het uitgangspunt is dat er behoefte moet zijn in het zendende land aan onze bijzondere expertise en vergaande ethische uitgangspunten.  Het is in deze periode dat de NAS aanzet geeft tot de ontwikkeling als de absolute specialist op het gebied van complexe plaatsingen van grotere sibling groepen en/of kinderen met special needs en medische risico’s.

In 2008 werd het eerste Kwaliteitskader interlandelijke adoptie van kracht. De NAS zag veel van haar werkwijze terug in dit document, een bevestiging van de juiste weg die we hadden ingeslagen. Na ondertekening van het Kwaliteitskader kwam er ook stap voor stap ruimte voor een verbeterde samenwerking met de collega Vergunninghouders.

Dit kwam onder meer tot uiting toen de NAS eind 2008 werd benaderd door het toenmalige bestuur van de Stichting FLASH om te praten over een mogelijke overname. De Stichting FLASH zag geen mogelijkheid om te gaan voldoen aan de eisen van het Kwaliteitskader en zocht naar een partner. De uitgangspunten en werkwijze van de NAS spraken aan. Na veelvuldig overleg tussen de besturen van beide organisaties en het Ministerie, besloot het bestuur van de Stichting FLASH dat de stichting voor wat betreft de adoptiewerkzaamheden zou ophouden te bestaan. De contacten zouden – met instemming van de Nederlandse en buitenlandse autoriteiten – worden overgedragen aan de NAS en cliënten kregen de mogelijkheid om over te stappen naar onze organisatie. Eind 2009 werd dit uitgevoerd en per 1 januari 2010 nam de NAS de contacten van de Stichting FLASH over.

Zonder meer één van de heftigste gebeurtenissen in het bestaan van de NAS kwam in januari 2010, toen Haïti werd getroffen door een alles verwoestende aardbeving. De NAS nam het initiatief om de kinderen die al in de adoptieprocedure waren op te halen met een eigen gecharterd vliegtuig. Na enkele dagen sloot ook de Vereniging Wereldkinderen zich hierbij aan en nam het Ministerie van Buitenlandse Zaken de verplichtingen ten aanzien van het gecharterde vliegtuig van de NAS over.

Door de bijzondere en intensieve samenwerking van vele betrokkenen, konden in januari 2010 in totaal 109 kinderen die al in de adoptieprocedure zaten, naar Nederland komen. Het merendeel arriveerde met de Luchtbrug die op 21 januari landde op de militaire luchtmachtbasis Eindhoven. Over deze luchtbrug en het initiatief van de NAS, werd een documentaire gemaakt “the kids are ok”.

De intensieve samenwerking met Wereldkinderen tijdens de luchtbrug had een onverwacht positief neveneffect: de verhouding tussen onze organisaties normaliseerde volledig waarmee een start kon worden gemaakt naar de positieve samenwerking tussen Vergunninghouders zoals die heden ten dage het geval is.

Zoals veel Vergunninghouders is de NAS gestart als vrijwilligersorganisatie. Daarbij waren zowel adoptieouders en volwassen geadopteerden betrokken. In 2006 kwam de eerste medewerker in dienst vanuit de wens om verder te professionaliseren.

Met de invoering van het Kwaliteitskader en het ISO systeem in 2008, was het nodig om verdere keuzes te maken voor de toekomst van de organisatie. Gezien de aard en het kwetsbare onderwerp van onze werkzaamheden en de wens om continuïteit en kwaliteit te garanderen, werd gekozen om door te gaan als professionele organisatie met professionele en betaalde medewerkers. In een volgende stap van professionalisering werd in 2011 de wijze van aansturing van de Stichting aangepast waarbij een einde werd gemaakt aan dubbele verantwoordelijkheden tussen medewerkers en bestuur. De Stichting kreeg een directeur/bestuurder en een Raad van Toezicht. De NAS is heden nog steeds op deze wijze georganiseerd. Het personeelsbestand is gegroeid van de eerste medewerker in 2006 naar 7 medewerkers eind 2018.
Zowel binnen het Team NAS (onze betrokken medewerkers) als binnen de Raad van Toezicht (onze betrokken toezichthouder) is ruimte voor adoptieouders en voor volwassen geadopteerden. Hiermee heeft de geadopteerde een belangrijke stem in de organisatie NAS.

Tegenwoordig is de NAS een gewaardeerde en volwassen partner in het bestand van Vergunninghouders. Er wordt constructief en plezierig met elkaar samengewerkt waarbij er zelfs een gezamenlijk logo is voor gemeenschappelijke uitingen.

samenwerkende-vergunninghouders.jpg

Hierdoor is het mogelijk om met elkaar aan grote projecten te werken zoals in 2014 de werkconferentie voor de adoptieketen “adoptie in 2020”, het project “medische duiding” en de standaardisering van de “special needs kwalificatielijst”. Binnen het Vergunninghouders overleg en Ketenoverleg wordt goed samengewerkt, waardoor ruimte ontstaat voor verdere kwalitatieve verbeteringen in de hele adoptieketen.

In 2017 was de NAS de grootste Vergunninghouder qua plaatsingen. Deze positie werd in 2018 met een andere organisatie gedeeld.

© De Webmakers | Inloggen