NL | EN

Bemiddeling bij de NAS

Bij de bemiddeling zijn een aantal uitgangspunten die voor (toekomstige) cliënten van belang zijn. Sommigen zijn van de NAS, andere komen voort uit de wet- en regelgeving van Nederland en de zendende landen. Het is onmogelijk om alle punten te benoemen. Een aantal belangrijke of veelvoorkomende zaken lichten we hieronder toe.

Naast de algemene uitgangspunten, heeft ook de organisatie ook mission, values & policies geformuleerd. 

De NAS schrijft iedereen in die een beginseltoestemming heeft, wanneer er mogelijkheden zijn om bij onze contacten te bemiddelen. Er worden geen extra eisen aan ouders gesteld en we sluiten geen groepen ouders uit. De grenzen die de NAS hanteert, worden gevormd door de wetgeving van het zendende land. 

Naast de harde eisen zoals die in de wet van een land zijn benoemd, kan er ook sprake zijn van zachte richtlijnen. Dat zijn randvoorwaarden die niet formeel benoemd zijn, maar die wel een rol kunnen spelen. Wanneer deze zachte voorwaarden van invloed kunnen zijn op uw procedure, dan zullen we dit met u bespreken. Een voorbeeld kan zijn dat een land adoptie door alleenstaanden volgens de wet toestaat, maar dat in de praktijk een gezin bij gelijke geschiktheid voorrang krijgt. Deze informatie wordt met onze cliënten gedeeld, bijvoorbeeld in de landeninformatie. 

De procedure voor inschrijving kunt u hier lezen.

Informatie over de voorwaarden aan adoptieouders staat vermeld op de landenpagina van de contactlanden. Een samenvatting van de voorwaarden is te vinden in de keuzehulp.

De Nederlandse wet maakt geen onderscheid tussen aanvragers. Iedere volwassene mag, in welke gezinssamenstelling dan ook, een adoptieprocedure opstarten. Na het doorlopen van de voorlichting en het gezinsonderzoek kunt u zich inschrijven bij de NAS vanaf het moment dat u een beginseltoestemming hebt. 

De wetgeving van zendende landen komt op sommige punten niet altijd overeen met de Nederlandse wet. Het kan zijn dat een land adoptie door een alleenstaande man of vrouw of door paren van gelijk geslacht niet toestaat. De wetgeving van het zendende land is leidend. 

Informatie over de voorwaarden aan adoptieouders staat vermeld op de landenpagina van de contactlanden. Een samenvatting van de voorwaarden is te vinden in de keuzehulp.

Gehuwde stellen hebben in Nederland de keuze om een gezamenlijke aanvraag te doen of een adoptieaanvraag in naam van één van de partners. Bij een alleenaanvraag wordt de aanvrager door de adoptie-uitspraak de juridische ouder van het kind. De andere ouder heeft niet automatisch ouderlijke rechten (of plichten). Dat zult u goed moeten regelen, vooraf bij een notaris en achteraf met voogdij en stiefouderadoptie. Hieraan zijn kosten verbonden voor notaris, advocaat en rechtbank.

Net als bij een gezamenlijke aanvraag, voert de NAS bij een alleenaanvraag de procedure met beide partners. U bent voor ons gelijkwaardig in de procedure, het onderscheid is alleen juridisch en ten aanzien van de adoptie-uitspraak. Wij gaan de overeenkomst met beide partners aan. De meeste zendende landen beoordelen ook de gezinssamenstelling en niet alleen de aanvrager. De partner zal in de toekomst immers ook de mede-opvoeder van het kind zijn. De partner zal dan ook net als de aanvrager gegevens moeten overhandigen over bijvoorbeeld inkomen, verklaring omtrent gedrag, de medische situatie en psychologische gesteldheid. Het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt ook met beide partners gedaan.

Partners kiezen soms voor een alleenaanvraag om een schijnbaar nadeel te omzeilen, bijvoorbeeld bij een (groot) leeftijdsverschil. In veel procedures is echter niet of nauwelijks sprake van een eventueel voordeel door een alleenaanvraag. De juridische consequenties van een alleenaanvraag binnen de relatie zijn groot, zowel voor het kind als voor de partners. De NAS adviseert aspirant adoptieouders om zich goed te oriënteren hierop ten aanzien van bijvoorbeeld voogdij, stiefouderadoptie en erfrecht.

Voor samenwonenden is het niet mogelijk om een gezamenlijke aanvraag te doen, de Nederlandse wet staat dat niet toe. Eén van de partners zal dus de aanvrager zijn en juridisch ouder worden van het kind. Net als bij een alleenaanvraag binnen het huwelijk heeft de andere partner geen automatische rechten. U zult dit moeten regelen, vooraf bij een notaris en achteraf met voogdij en stiefouderadoptie. Hieraan zijn kosten verbonden voor notaris, advocaat en rechtbank. 

Ook bij samenwonenden voert de NAS de procedure met beide partners. U bent voor ons gelijkwaardig in de procedure, het onderscheid is alleen juridisch en ten aanzien van de adoptie-uitspraak. Wij gaan de overeenkomst met beide partners aan. De meeste zendende landen beoordelen ook de gezinssamenstelling en niet alleen de aanvrager. De partner zal ook gegevens moeten overhandigen over bijvoorbeeld inkomen, verklaring omtrent gedrag, de medische situatie en psychologische gesteldheid. Het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt ook met beide partners gedaan, die beiden de opvoeder van het kind zullen zijn.

De juridische positie van het kind is bij samenwonenden niet vanzelfsprekend. Om die reden kiezen sommigen er voor om ten behoeve van de adoptieprocedure alsnog te trouwen. Maar let op: het kan zijn dat u als gevolg daarvan niet meer kunt adopteren vanuit het land van uw voorkeur omdat er een eis is aan de minimale huwelijksduur. 

De NAS adviseert aspirant adoptieouders om zich goed te oriënteren  wat er juridisch moet worden geregeld tussen samenwonenden ten aanzien van bijvoorbeeld voogdij, stiefouderadoptie en erfrecht

In Nederland wordt het geregistreerd partnerschap gelijk gesteld met een huwelijk. Deze vorm van partnerschap is vooral een Nederlandse vinding: u moet er vanuit gaan dat de meeste zendende landen deze vorm van partnerschap niet kennen en dus ook niet erkennen. De eisen die aan geregistreerd partners worden gesteld zijn gelijk aan die van  samenwonenden.

Soms kiezen gehuwde stellen er voor om een procedure te voeren op naam van de jongste partner wanneer er sprake is van een leeftijdsverschil. Motivatie daarvoor kan zijn dat de oudste partner bijna 40 jaar is, ouder dan 42 jaar is of dat er sprake is van een (groot) leeftijdsverschil. 

Deze keuze wordt vaak gemaakt op basis van de situatie in het hier en nu. Een adoptieprocedure kan echter jaren duren. Wat nu een voordeel kan lijken, kan na een aantal jaar wegvallen. Bijvoorbeeld wanneer de jongste partner ook 40 of 42 jaar wordt. De adoptieprocedure wordt met beide partners gevoerd. Ook zendende landen kijken over het algemeen naar het gezin als geheel en beoordelen niet alleen de aanvragende partner, zie ook hierboven. 

Voor de juridische positie van een kind is adoptie door een ouder van een gehuwd stel onzekerder dan wanneer de ouders gezamenlijk adopteren, wanneer dit mogelijk is. Zo heeft de niet-adopterende ouder niet automatisch rechten (of plichten). Hiervoor moet u na afronding van de adoptie voogdij en stiefouder adoptie regelen. Hieraan zijn kosten verbonden voor notaris, advocaat en rechtbank.

Bij de NAS wordt gewerkt met een dynamische wachtlijst. Dat houdt in dat er in voorkomende situaties voorrang kan worden gegeven aan sommige categorieën aspirant adoptieouders. Hierbij gaat het om de uitnodiging voor intake. De matching en bemiddeling wordt bepaald aan de hand van de geschiktheid van de beoogde ouders voor het specifieke kind. Hierbij is een voorrangssituatie niet mogelijk. 

Afhankelijk van het land van uw keuze kan voorrang worden gegeven in een aantal van de volgende situaties die voor kunnen komen:

  • Bij het opstarten van een vervolg adoptieprocedure bij de NAS voor hetzelfde land als een eerdere procedure;
  • gezinnen die open staan voor de opname van één of meerdere kinderen ouder dan 6 jaar;
  • gezinnen die open staan voor het opnemen van siblings met 2 of 3 of meer kinderen waarbij minimaal 1 kind ouder dan 6 jaar mag zijn;
  • gezinnen die open staan voor het opnemen van een sibling van (tenminste) 2 kinderen die allemaal ouder dan 6 jaar mogen zijn;
  • gezinnen die ruim open staan voor special needs, met name de categorieën A, D en E;
  • gezinnen die open staan voor opname van een kind met een verstandelijke beperking, het syndroom van down, een gediagnosticeerde gedragsstoornis e.d. 

Het team van de NAS beoordeelt of uw wensen en grenzen aanleiding geven om voorrang te krijgen in de procedure voor intake.

Voor de bemiddeling hanteert de NAS Algemene voorwaarden, cliënten van de NAS krijgen deze digitaal toegestuurd bij inschrijving. Wanneer er een wijziging is, krijgen cliënten de nieuwe voorwaarden digitaal toegestuurd.

Indien u voorafgaand aan uw inschrijving de Algemene voorwaarden wilt lezen, dan kunt u deze per e-mail opvragen. 

In de Nederlandse wet is beschreven wat de eisen zijn aan aspirant adoptieouders die een beginseltoestemming willen aanvragen. Deze voorwaarden zijn redelijk overzichtelijk en te vinden op de website van de Stichting Adoptievoorzieningen.

Aspirant adoptieouders die 45 jaar of ouder zijn op het moment van de aanvraag van een BKA nummer, kunnen een beroep doen op bijzondere omstandigheden. In de regelgeving is niet omschreven wat die omstandigheden zijn. In het gezinsonderzoek zal de Raad voor de Kinderbescherming toetsen of u geschikt bent voor het opnemen van een kind dat ouder is dan 2 jaar. Uw bijzondere omstandigheden worden niet getoetst door de Nederlandse Centrale autoriteit, wel dient een positief advies van de Raad voor de Kinderbescherming te worden afgegeven.

Veel aspirant adoptieouders zijn onbekend met het begrip bijzondere omstandigheden en dat is jammer. U dient zich wel te realiseren dat na het verlenen van de beginseltoestemming de adoptieprocedure niet sneller verloopt omdat u ouder bent. Het verloop van de procedure kan eventueel alleen worden beïnvloed door uw voorkeuren ten aanzien van het op te nemen kind of kinderen. Hoe ruimer die zijn, hoe vlotter de procedure kan verlopen. Zie hiervoor ook het voorrangsbeleid hierboven.

Voor aspirant adoptieouders kan het een lastig punt zijn: het opstarten van een adoptieprocedure is geen garantie voor plaatsing. Er zijn veel omstandigheden die van invloed zijn op de plaatsing van een kind. Dat zijn natuurlijk het profiel van het kind en de geschiktheid van de ouders, maar ook de omstandigheden in het zendende land. Maar daarnaast zijn ook de politieke, economische en maatschappelijke stabiliteit van een land van invloed. Ook kan natuurgeweld een rol spelen.

Al die elementen zijn van invloed op het feit of er een plaatsing gerealiseerd wordt en de doorlooptijd van de procedure. Bij de NAS gaan we er voor want opgroeien in een gezin met ouders met wie het een affectieve en juridische band heeft, is een basis recht voor ieder kind. Maar aan aspirant adoptieouders een plaatsing garanderen, dat kunnen we helaas niet. Het opstarten van een procedure geeft dus geen recht op plaatsing.

Wanneer het kind in het gezin komt, dan moeten de ouders hier klaar voor zijn. Dit is in het belang van het kind. De Nederlandse overheid heeft dan ook bepaald dat een life event altijd moet worden gemeld. Zowel voorafgaand aan de adoptie als – in sommige situaties – na afronding van de procedure. Een life-event is een situatie die tijdelijk tot gevolg kan hebben dat de aspirant adoptieouders niet klaar zijn voor de komst van het kind. Of – als het kind er al is – die gevolgen kan hebben voor de zorg van het kind. In Nederland is de Raad voor de Kinderbescherming belast met het onderzoek naar een life-event. Het resultaat van dat onderzoek kan zijn dat de procedure gewoon door kan lopen, dat deze tijdelijk opgeschort moet worden of dat de beginseltoestemming moet worden ingetrokken. Bij een life-event na afronding van de procedure kan bijvoorbeeld een traject voor hulpverlening en ondersteuning worden opgestart.

Een life event kan heel duidelijk zijn zoals bijvoorbeeld een zwangerschap of de tijdelijke opname van een pleegkind. Dat is duidelijk een tijdelijke situatie. Bij een zwangerschap mag u niet wachten tot na de “veilige” 12 weken: u dient een zwangerschap direct te melden wanneer u het ontdekt. U kunt later desgewenst de procedure weer voortzetten, na een positief advies door de Raad voor de Kinderbescherming.

Andere life-events die kunnen voorkomen zijn bijvoorbeeld: het overlijden van een van de adoptieouders binnen een jaar na de adoptie, relatie crisis, het overlijden van een ouder van een aspirant adoptieouder, verlies van werk of woning, tijdelijke detachering naar het buitenland. Deze lijst is niet limitatief: u dient zelf met gezond verstand te beoordelen of uw situatie een life-event kan inhouden. Bij twijfel kunt u met de NAS overleggen.

Het niet melden van een life-event leidt tot beëindiging van de adoptiebemiddeling en melding bij de Nederlandse Centrale autoriteit. De NAS is hiertoe verplicht als gevolg van richtlijnen van het Nederlandse Ministerie van Justitie en Veiligheid.

© De Webmakers | Inloggen